Het verhaal van Roos

0

De zwangerschap van Tijn verloopt goed tot week 36. Vanaf dat moment verandert alles als donderslag bij heldere hemel. De zwangerschap waarbij de verwachting is dat ik normaal zal bevallen verandert in een ware hel. Als ik 36 weken zwanger ben en bij de verloskundige een vervolgafspraak wil maken, geeft deze aan dat de zwangerschap zo goed verloopt en ze het zo druk hebben, dat ik over twee weken terug mag komen. Ondanks dat ik eigenlijk wel weet dat het gebruikelijk is dat een zwangere in de laatste periode wekelijks terugkomt voor controle, ga ik hiermee akkoord. Ik voel mij goed, het enige waar ik last van heb, is erge vermoeidheid. Dit komt vaker voor tijdens een zwangerschap, dus ik zie geen noodzaak om eerder op controle te komen.

Een zorgwekkende situatie

In week 37 begin ik ineens extreem veel vocht vast te houden. Mijn gezondheid en klachten wijd ik aan de warmte. Als ik met 38 weken volgens afspraak bij de verloskundige kom, ziet ze meteen dat mijn bloeddruk veel te hoog is en dat er eiwit in mijn urine zit. Ik zie inmiddels sterretjes voor mijn ogen, voel tintelingen in mijn lippen en handen en houd veel vocht vast. Een zorgwekkende situatie. Ik moet direct naar het ziekenhuis waar ik een uur lang word onderzocht. Het is duidelijk, ik moet blijven en de bevalling zal spoedig worden opgewekt omdat dit beter is voor mijn gezondheid en die van ons kindje.

Persen lukt niet

Die avond krijg ik een vloeistof ingespoten en komen uiteindelijk de weeën op gang. De volgende ochtend zetten de weeën steeds meer door, maar ik kan ze niet goed opvangen en heb niet voldoende zuurstof. Via een slangetje in mijn neus krijg ik extra zuurstof. Ook krijg ik bloeddrukmedicatie en morfine om de pijn iets te verlichten. Het is allemaal heel onwerkelijk. Zo ben ik een paar dagen geleden nog thuis en lijkt het redelijk te gaan en nu is er ineens sprake van een ernstige situatie. Ik lig aan de bloeddruk- en hartslagmeter en Tijn, mijn zoontje, houden ze in de gaten via een slangetje op zijn hoofdje. Na 22 uur weeën moet ik gaan persen maar dat lukt niet, ik voel helemaal niets.

Het persen lukt niet. Ik hoor alleen maar de piepjes van het hartje van Tijn en zie zijn hartslag steeds zakken en weer stijgen. Vreselijk vind ik dat, ik ben volledig van de wereld en ben bang om mijn kindje te verliezen. Dat het met mij ook heel slecht gaat, hebben mijn man en ik niet door. Ik raak

steeds meer uitgeput en heb geen kracht meer om de bevalling door te zetten. Ik zie de angst in de ogen van het medisch personeel. Niet lang daarna komt de gynaecoloog binnen gerend en gebeurt alles heel snel. Hij zet een knip en Tijn wordt gehaald met de tang. Mijn kleine Tijn is blauw, zijn hoofdje is beschadigd en hij is stil. Hij huilt niet, hij heeft het duidelijk zwaar gehad. Hij wordt beademd en begint dan gelukkig te huilen. Als Tijn op mijn borst wordt gelegd snap ik er niks van. Ik hoor Tijn wel, maar voel hem niet.

Naar de Intensive Care

Al snel wordt duidelijk dat mijn bloedwaarden niet goed zijn en ik word naar de Intensive Care gebracht. Daar staat mijn man, met aan de ene kant zijn pasgeboren zoon en aan de andere kant zijn doodzieke vrouw die met spoed naar de IC wordt gereden. Ik besef totaal niet wat er allemaal gebeurt. Ik lig aan de hartbewaking, een bloeddrukmeter en krijg medicatie toegediend via een infuus. Ik ben heel bang en de volgende ochtend denk ik alleen maar dat ik een hartaanval of hersenbloeding zal krijgen.

Later die dag komt een arts eindelijk vertellen wat er precies aan de hand is, waarom mijn zwangerschap uiteindelijk zo dramatisch is verlopen en bijna fataal werd voor mij ons zoontje. “Je hebt het HELLP-syndroom, weet je wat dat is?”, vraagt de arts. Mijn man en ik hebben hier nog nooit van gehoord tot die dag. Twee dagen later komt de arts vertellen dat ik buiten levensgevaar ben, maar dat we nog niet te vroeg moeten juichen. Levensgevaar? Ik voelde al die tijd wel dat het ernstig was maar het woord levensgevaar hebben ze nog niet eerder genoemd. Uiteindelijk heb ik twee bloedtransfusies gekregen, omdat mijn lichaam het zelf niet redde. Gelukkig knap ik hiervan op en mag ik naar de kraamafdeling. De eerste dag op de kraamafdeling ben ik zo angstig. Ik heb constant het idee dat mijn hart het zal begeven. Uit een hartfilmpje blijkt dat het met mijn hart goed gaat, alleen de bloedwaarden blijven zorgelijk. Dit heeft uiteindelijk meer tijd nodig gehad.

Kraamperiode

Een kraamperiode heb ik niet gehad. Na thuiskomst ben ik niet in staat om voor mijn zoon te zorgen. Ik kan alleen maar slapen en af en toe even kort staan. Door de heftige bevalling heb ik het zwaar, ik heb veel hechtingen en blijf mede daardoor vooral veel boven. Voordat ik weer normaal kan bewegen of mee kan helpen bij de zorg van Tijn moet ik eerst lichamelijk

herstellen. We krijgen de maximale hoeveelheid uren kraamzorg en daarna wordt een wijkverpleegkundige aan huis aanbevolen, maar dat willen we niet meer. We hebben behoefte aan rust, even geen vreemden in onze omgeving. Gelukkig worden we door veel lieve vrienden en familie geholpen en daar zijn we ze heel dankbaar voor.

Vertrouwen in mijn lichaam

Het heeft jaren geduurd voordat ik weer vertrouwen had in mijn lichaam. Lange tijd ben ik vooral bang dat mijn hart het zal begeven. Vierenhalf jaar na de bevalling ga ik weer naar het ziekenhuis om meer inzicht te krijgen in de oorzaak van mijn lichamelijke en geestelijke klachten. Voor het eerst na de geboorte van Tijn voel ik mij weer wat beter. Ik heb de dingen een plekje kunnen geven. Ik weet nu wat mijn lichamelijke beperkingen zijn en ik weet waar ik rekening mee moet houden. Om mijn hartcapaciteit op het niveau te houden waar het nu zit, sport ik minimaal drie keer per week. Waar ik nog moeite mee heb zijn mijn geheugen, concentratie en het verwerken van veel prikkels. Onze zoon is inmiddels vijfenhalf jaar en beter dan hoe ik mij nu voel zal het nooit meer worden.

Met dank aan “mamaisthuis” voor het feit dat we dit verhaal mogen publiceren.

www.mamaisthuis.nl

Delen.

Over de auteur

Laat een reactie achter